Tripje naar de Oertijd

      2 Reacties op Tripje naar de Oertijd

Emil is een dinoman. Toegegeven, doorheen de jaren lichtelijk gestimuleerd door onszelf door hem dinoboeken, plastic dino’s, dinopyama’s en dinotruien toe te stoppen. Want een zoon die van dino’s houdt, vonden wij (vanuit een zekere Jurassic Parc-nostalgie) wel tof. Al krijgen ze tegenwoordig wel wat concurrentie van Spiderman en de pups van Paw Patrol, dino’s blijven toch populair bij onze kleine man (“maar geen schjkeletten mama!”). Ook zijn kleine zus betrappen we er wel eens op dat ze al brullend met een dino in de hand rondloopt. Emil is er niet zo gedreven in dat hij de namen van tientallen soorten kan opnoemen. De Tyrannosaurus Rex kort hij gemakshalve af tot ‘Tie-Rex’ en een Brachiosaurus of Diplodocus wordt gewoon een ‘langnek’. Kijk, soms moet het gewoon niet te ingewikkeld zijn. Op een zonnige dag trok hij dus een dino-onderbroek, dino-T-shirt en dinotrui aan (true story) en gingen we naar het Oertijdmuseum, aka het Dinosaurusmuseum in Boxtel.

Resultaat: een overenthousiaste kleuter die gillend en in sneltempo doorheen de oertuin liep. We moesten hem vaak even dwingen om te blijven staan om te kijken, anders stonden we na 10 minuten al terug op de parking. Het oertijdmuseum heeft een uitgebreide collectie fossielen en edelstenen en ook enkele (kopieën) van skeletten. De collectie binnen vonden we een beetje duf, maar dat werd allemaal goedgemaakt door wat er buiten te beleven valt. Daar vind je namelijk een wandelpad langsheen tientallen dinosaurussen uit verschillende tijdperken. Niet allemaal anatomisch correct en in verhouding, volgens de wederhelft, maar ik vond ze toch behoorlijk indrukwekkend. Marie was er niet helemaal gerust in en leerde die dag een nieuw woordje: “bang”. Ze herpakte zich gelukkig snel en vond zelfs de moed om een dinoskelet uit te graven.

Heb jij ook een dinoman of -vrouw in huis? Dan moesten jullie al weg zijn! Kijk maar!

The happiness tag

      5 Reacties op The happiness tag

Zo gaat dat tegenwoordig in blogland, je ziet ergens een leuke tag opduiken met allerlei vragen die peilen naar de innerlijken mensch van den blogger en als je het zelf voelt kriebelen om die vragen te beantwoorden, dan doe je dat gewoon op je eigen blog. Ik vond deze happiness tag bij Nenoo, een blog die ik nog maar een paar maanden geleden ontdekte, maar waar ik sindsdien altijd happy van word. Het is dan maar zo gepast om de happiness tag over te nemen van Elke.

Hier gaan we.

Van welk eten word jij blij?

Eigenlijk word ik gewoon blij van eten in het algemeen en het is ook wel afhankelijk van het seizoen. In de zomer zijn dat lekkere slaatjes die ik niet zelf moet maken (want daar ben ik niet goed in, maar hoop is onderweg, want ik bestelde een boek!), in de herfst is dat een pannenkoek met appeltjes, in de winter een romige lasagne en in de lente paaschocolade. Maar zo kan ik nog wel 100 andere dingen opnoemen hoor.

Welke film maakt je vrolijk?

De film Intouchables duikt precies al wel eens op in deze tag en terecht, ik heb gelachen en gehuild bij die film, dus hij zit zeker bij de favorieten. Van Dirty Dancing word ik ook altijd weer vrolijk en krijg ik een heerlijk vakantiegevoel. Het is ook geweldig om alle Harry Potter films na elkaar te bekijken (als Vier weer eens een marathon houdt). Met de kinderen (en soms ook zonder) kijk ik vaak naar Vaiana. Ik liet hem lang links liggen, maar ik vraag me echt af waarom, want het verhaal is mooi, de muziek prachtig en ik kan er niet van over hoe mooi het haar van Vaiana golft en beweegt.

Welk kledingstuk maakt je happy?

Steek mij in een kleedje en ik voel mij altijd beter. Ik heb dan ook veel kleedjes in de kast hangen en kan me moeilijk beheersen als ik er eentje tegenkom in de winkel. Al ben ik ook erg blij met mijn nieuwe blauwe broek. Ik droeg de laatste jaren alleen maar skinny jeansbroeken en was dat zodanig beu. F. deed me voor mijn verjaardag een personal shopping cadeau en de styliste kwam af met een zachte, licht glanzende, kostuumachtige blauwe broek. Instant liefde.

Van welke beautyproducten word je blij?

Na jarenlang dezelfde conditioner te gebruiken voor mijn haar, kocht ik twee maanden geleden een haarmasker, dat ook dienst doet als conditioner. Het ruikt naar kokos en ik ben daar zo blij mee!

Wat is jouw gelukkigste herinnering?

Waar te beginnen? Onze laatste vakantie als studenten in Normandië, avondwandelingetjes doorheen Antwerpen toen we daar (kinderloos) op een appartementje woonden, onze babymoon naar Noorwegen, mijn (beide) bevallingen, uitstapjes met onze kinderen, gezellige momenten met vrienden, of vroeger, met mijn ouders gaan eten in de Makro en met mijn broer in het zwembad in de tuin spelen en daarna met natte haartjes naar The Love Boat kijken.

Van welke muziek word jij blij?

Onlangs dé CD van Hanson terug ontdekt en daar werd ik wel behoorlijk blij van eigenlijk. Ik heb een Spotify-lijst waar ik alle mooie nummers die ik me plots weer herinner of die ik tegenkom, opzet en daar word ik altijd goedgezind van. Die lijst is al goed voor 11 uur en 32 minuten muziek, dus een dipje is daarmee snel opgelost. Werden onlangs toegevoegd: ‘Atlantis’ van Kommil Foo, ‘I Feel the Earth Move’ van Carole King en de titelsong van Spring. Tja.

Wat doe je op dagen als je jezelf down voelt om weer happy te worden?

Wegblijven van sociale media en films kijken.

Noem drie willekeurige dingen die je ontzettend gelukkig maken

Mijn gezin en iedereen rondom ons, de rust die ik in mijn leven heb door 4/5de te (blijven) werken, mijn kinderen die hand in hand lopen.

Vogelspotten in het Zwin

      Geen reacties op Vogelspotten in het Zwin

Ok ik geef toe, bij de titel van dit bericht denk je niet meteen “Jaaa! Ideaal om te doen met mijn kinderen!”. Want vogelspotten vereist een zekere mate van geduld (en stilte) die kleine kinderen doorgaans nog niet bezitten. Die van mij toch niet. (Deze foto is dus fake news …).

Lang geleden, toen we nog geen kinderen hadden en de vogels nog konden praten, waren de wederhelft en ik al eens in het Zwin geweest. Zielige kooien met uilen en een beetje vergane glorie was het toen. Maar jongens toch, wat een transformatie heeft het Zwin ondergaan! Nu ja, niet het Zwin op zich, want dat is nog steeds hetzelfde prachtige natuurgebied als toen. Maar intussen staat er een indrukwekkend bezoekerscentrum. “De internationale luchthaven voor vogels”, noemen ze het zelf en daar kan ik alleen maar instemmend bij knikken. Bij binnenkomst in het belevingscentrum kan je namelijk inchecken met je naam en geboortedatum en krijg je een, in het Zwin voorkomende, vogelsoort toegewezen. Ik werd een ooievaar, de wederhelft en Marie een lepelaar en Emil een bergeend. Op het grote vluchtinformatiebord kan je zien wanneer jouw vogel er hier genoeg van heeft en het tijd vindt om warmere oorden op te zoeken.

Verderop in het belevingscentrum kan je je kaartje scannen aan kleine tv-schermpjes. Als je verondersteld wordt te kunnen lezen, kan je daar informatie vinden over jouw (en de andere) vogel(s). Hoe planten ze zich voort? Wat eten ze? Wie zijn ze? Wat drijft hen? Kinderen die hun kaartje scannen mogen een spelletje spelen. Klein en groot kunnen daarna zelf in de veren van hun vogel kruipen en hem, al dan niet succesvol, door een aantal hindernissen laten vliegen (mijn ooievaar kwam zwaar ten val tijdens een onweer en botste daarna tegen een elektriciteitskabel). Ten slotte kan je met de warmte van je handen een ei helpen uitbroeden en moet je op zoek gaan naar het ei van jouw vogel.

Als je genoeg informatie hebt verzameld over jouw vogel, is het tijd om naar buiten te gaan. De waarheid gebiedt me te zeggen dat onze bergeend en onze kleine lepelaar nogal enthousiast door het belevingscentrum vlogen en we daardoor bar weinig over onze vogels te weten zijn gekomen … Bon, we komen nog wel eens terug. Binnen een jaar of drie of zo.

Buiten konden ze echter hun vleugels strekken en konden we beginnen aan het kijkhuttenparcours. Zo passeerden we langs de voederhut, de vertelhut, de labohut, de kijkhut en de steigerhut. In de luisterhut konden we het geluid van alle vogels instuderen om daarna in een ligstoel in de luisterduin plaats te nemen zodat we als ervaren vogelkenners konden uitroepen “Hé, hoor ik daar niet de kluut?”. Vanuit de boshut bespiedden we de ooievaars in hun nest. In de kijkhutten hadden enkele Zwingidsen hun professionele verrekijkers opgesteld waar we zelf ook eens mochten door gluren. Kleine verrekijkers zijn trouwens ook te huur aan de kassa.

Wie liever gewoon zelf het Zwin intrekt om die vogels van wat naderbij te gaan bekijken kan meteen ook naar de Zwinvlakte trekken (er zijn twee wandellussen van elk 2 km). Niet buggytoegankelijk, dus deze keer niet aan ons besteed (we doen dat binnen drie jaar wel een keertje …). Er is zelfs een wandelpad dat je volledig op blote voeten kan doen.

Uitrusten kan je daarna in The Shelter, de gezellige cafetaria in het bezoekerscentrum. Je mag ook je eigen picknick opeten op de tafels buiten, terwijl je kroost zich uitleeft in de speeltuin. Tegen de tijd dat wij er arriveerden was het echter beginnen regenen waardoor alle Zwinbezoekers schuilden in The Shelter (ze hebben hun naam niet gestolen) en het ons dus een beetje te druk was. De bergeend in ons gezelschap was tegen dan ook niet meer zo gezellig. Niet getreurd, we doen dat wel … juist ja, binnen drie jaar.

Emil spreekt #4

      Geen reacties op Emil spreekt #4

Het was nog eens lang geleden dat ik een lijstje maakte met Emils uitspraken. Welgeteld een jaar! Ideaal moment dus om de leukste uitspraken van het afgelopen jaar eens op een rijtje te zetten.

  • Mijn voet doet pijn, want die wil niet mee stappen.’
  • Wie zijn die mensen uit het circus?‘ We reden met de tram door de Joodse buurt op zaterdag (denk ‘sabbat’, ‘pijpekrullen’ en ‘grote zwarte hoeden’).
  • Ik heb een protje gelaten in mijn mond‘. Een boertje dus.
  • Ik: ‘Heb jij al eens een monster gezien?‘. Hij: ‘Neee! Dat weet jij toch …
  • Ik kan alleen monsters tekenen‘. Toen ik hem vroeg om een huis te tekenen.
  • Daar zitten drie dieren in. Een paard, een koe en een monster.’ Ik begin een patroon te zien …
  • Later als ik groot bent word ik ook een mens.’ Ik: ‘Maar jij bent al een mens hoor. Jij bent een kindje en mama is een volwassene.‘ Hij: ‘Maar mama, ik ben toch ook gewassen?
  • Mama, mag ik op jouw poep schilderen?‘, ‘Euh nee, waarom?‘, ‘Omdat ik dat nog nie gedaan heb‘. Er zit een zekere logica in …
  • Hey, ik ben toch geen handdoek!‘. Toen ik wat druppels water op hem morste.
  • Ik heb nog een ster gezien. Het donker is die vergeten‘. Hij was in een poëtische bui.
  • Terwijl hij op het toilet zat: ‘Maar mama, kaka is toch sterker dan papier hè?‘. Hij was niet in een poëtische bui.
  • Ik ben gegroeid! Hoeveel kilometer ben ik nu?
  • Spreekt iemand op jouw werk bonjour?‘. We hadden het thuis over andere talen gehad, omdat ik wel eens de mamadooddoener ‘Spreek ik soms Chinees?!’ gebruik. Ik hoor mezelf trouwens hoe langer hoe meer van die klassiekers roepen (‘Kijken met je ogen, niet met je handen!’, ‘Ben jij jouw oren soms op school vergeten?’ en van die dingen). Het moest er eens van komen …

Meer Emil spreekt?

Emil spreekt #3
Emil spreekt #2
Emil spreekt (nog niet) #1

#ouderzonden 4: afgunst

      4 Reacties op #ouderzonden 4: afgunst

Hola, ik loop hier opeens gigantisch achter met de ouderzonden! Dat wekelijks blogtempo is echt niets voor mij, besef ik des te meer nu heel wat blogs in mijn omgeving meedoen met de 40-dagen-bloggenuitdaging. Ik kan het al niet meer bijhouden om overal te gaan lezen, laat staan dat ik het mezelf zou aandoen om deel te nemen. Maar kom, ik moet maar zeven zonden beschrijven. Terwijl de rest van de deelnemers er al vanaf is, krijgt u van mij zonde nr. 4.


Wat zou je direct overnemen van een andere ouder
mocht je kunnen?


Het gaat dus over jaloezie. Het is een ondeugd waar ik me wel eens aan bezondig. Hoewel ik weet dat ik het goed heb getroffen en dat je vooral blij moet zijn met wat je hebt (ben ik ook), kan ik bij momenten toch behoorlijk afgunstig worden op wat anderen hebben. Dat kan dan zowel met materiële dingen te maken hebben als met bepaalde eigenschappen die anderen wél bezitten en ik niet.

Sociale media helpen daarin ook niet echt. Er zijn een paar mensen die ik volg op Instagram omdat hun foto’s er altijd zo mooi uitzien, maar waar ik tegelijk een hekel aan heb wegens ‘te perfect’ en ‘waarom is dat bij ons niet zo?’. Het doet me denken aan een blogbericht over de Libelletrut (of Instagramtrut in dit geval) en de wolvin. Of hoe ik, zelf eerder een wolvin, er onwillekeurig toch naar streef een Instagramtrut te worden. Het is ook wel plezant om met vriendinnen kritiek te geven op die Instagramtrutten. Oeps, nog een zonde erbij! Op momenten dat ik me niet goed in mijn vel voel verplicht ik mezelf om die gsm neer te leggen en te stoppen met kijken naar wat anderen doen en hebben. Mijn eigen Instagramfeed vertelt óók niet het hele verhaal, dus dat is bij andere mensen niet anders. Al doen sommigen wel gewoon veel te hard hun best …

Niettemin, ja, ik ben wel eens jaloers op andere ouders. En vooral op:

  • ouders met een afgewerkt huis. De achterbouw (in typisch Vlaamse kotje-achter-kotje-stijl) van ons oude huis uit 1929 is zo langzaamaan aan het wegzakken in de grond en wij moeten ooit verbouwen. Maar eerst moeten we sparen en moet de crèchekost wegvallen zodat we nog wat kunnen gaan lenen. We hebben ook nog nieuwe ramen nodig. Een nieuwe voordeur. Ah ja, en een nieuwe keuken. Een gastentoilet zou ook tof zijn en doe er ineens maar een nieuwe badkamer bij.
  • ouders met een grote tuin. Zelf hebben wij een petieterige stadstuin en moest er geen gras in staan zou ik het eerder als een koer typeren. Als kind hadden wij een grote tuin en soms voel ik me schuldig dat ik mijn eigen kinderen dat niet kan geven nu ze klein zijn.
  • mama’s die er superverzorgd uitzien als ze op stap zijn met hun kinderen (en op hakken!). Serieus, wie zijn die vrouwen die op hakken op stap gaan met hun kinderen? Tenzij ik in jurk en hakken ben gaan werken en ze zo afhaal op school/in de crèche of we naar een feestje gaan, voel ik me vaak een slons in het bijzijn van mijn kinderen, met mijn comfortabele kleren en platte schoenen. Jani zou niet blij zijn.
  • mama’s die knutselen / koken met hun kinderen. Ik heb het al geprobeerd, meermaals zelfs, maar ik word er toch altijd vooral slechtgezind van. Tien minuten voorbereiden, twee minuten knutselen en twintig minuten opkuisen, terwijl hij alles al wil vastpakken voordat we beginnen en dan niet doet wat de bedoeling was (*loslaten Evi!*) Nochtans knutselen we beiden graag, maar toch vermijd ik het liever. Misschien lukt het met Marie beter als zij eraan toe is …
  • ouders die in het weekend gezellig binnen kunnen blijven zitten met hun kinderen. Want wij hebben een jongen in huis die, liefst elke dag, naar buiten wil. Nee, naar buiten móet, want anders draait hij iedereen dol. Het is een voordeel dat hij graag naar buiten gaat, maar iets minder als het buiten regent, vriest of je gewoon zelf de hele dag in jogging in de zetel wil vegeteren. Lukt dus niet …

Ik kan nog wel een aantal dingen opnoemen, maar we zullen hier maar stoppen en bedenken dat het gras niet perse groener is aan de overkant, zelfs al hebben ze er meer van. Afsluiten doe ik met een foto van een knutselende Emil uit maart 2017: een picture perfect met een geconcentreerde kleuter. Wat je niet ziet op de foto is dat hij die dag übervervelend was, ik daardoor zelf briesend en gestresseerd rondliep, we al heftige ruzie hadden gemaakt met elkaar en dat dit hele tafereel maar 5 minuten heeft geduurd, waarna ik de lijmvlekken van de tafel kon beginnen krabben. Zo zie je maar!

#ouderzonden 3: onkuisheid

      2 Reacties op #ouderzonden 3: onkuisheid

Met een paar dagen vertraging, vandaag nummer 3 in de ouderzonden! Onkuisheid, dat klinkt stouter dan het is, want de vraag van deze week is:


Wat doe je om jezelf graag te blijven zien en dit over te brengen aan je partner nu je in de eerste plaats vooral ‘ouder van …’ bent?


Mezelf graag blijven zien is soms een wat heikel puntje. Want zoals elke vrouw heb ik mijn onzekerheden. Om er een paar te noemen: die extra buik die maar niet wil verdwijnen (ok ok, ik doe er ook niet veel moeite voor om hem te doen verdwijnen), mijn kapsel dat nooit echt een kapsel is (daarover schreef ik al eens) en mijn kledingkast die niet zo vol en mooi is naar mijn goesting. Kledingbudget is zowat de laatste categorie die gevuld wordt in de YNAB en dat schiet er dus ook vaak altijd bij in. Nochtans kan ik me in een nieuw kledingstuk terug goed in mijn vel voelen en zou ik wat vaker eens iets voor mezelf willen/moeten kopen. Ik heb mezelf beloofd volgende maand wat investeringen te doen in mezelf. Het is nodig!

Maar kom, hoewel ik wel eens sta te vloeken op mijn spiegelbeeld, zijn er ook dagen dat ik al mijn tekortkomingen niet aan mijn hart laat komen. Er zijn belangrijkere dingen in het leven nietwaar? Zoals eens tijd maken voor uw lief bijvoorbeeld, hoewel we dat nooit echt bewust ‘inplannen’. Na 13 jaar gaat dat bij ons nogal vanzelf eigenlijk. Er zijn periodes dat we iets meer náást elkaar dan mét elkaar leven, dat we wat minder praten omdat we moe zijn of onze aandacht in beslag wordt genomen door andere dingen, maar dat neemt geen dramatische proporties aan. We weten elkaar altijd te vinden, soms gewoon ’s avonds in de zetel om samen naar een serie te kijken. Of gewoon naast elkaar terwijl we beiden iets anders doen. Door de kinderen zijn we ook nog hechter geworden. Omdat ze ons verbinden, maar ook omdat we samen een hecht front moeten vormen tegen het geweld dat hier soms door het huis raast. Ouderschap is een teamsport en laat ons zeggen dat wij goede ploegmaten zijn.

Ongeveer om de twee maanden maken we de grootouders blij met een logeerpartijtje van de kinderen en gaan we eens uit eten of naar de cinema. Dan verzuchten we tegen elkaar hoe zalig dat wel eens is, zo zonder kindjes. Want ik geniet dan echt van de rust, hoe graag ik die twee ook in huis heb. We proberen ook minstens 1x per jaar eens ergens te overnachten met ons tweetjes. Maar zelfs als dat er niet van komt, is dat ook best ok. Tijd maken voor elkaar zit hem vooral in de kleine dingetjes. Ik deel mezelf niet op in al die ‘rolletjes’ die je zogezegd moet spelen: mama, partner, dochter, collega, vriendin … Ik ben gewoon altijd alles tegelijk. Als ik ‘partner’ ben, blijf ik nog altijd ‘mama’ en dat is ok. Als we met de kinderen op uitstap zijn, spenderen we óók tijd samen, dus ‘tijd voor elkaar’ hoeft ook niet perse exclusief in elkaars gezelschap te zijn. Af en toe kleed ik me wel eens op voor mijn lief, maar hij ziet me even graag in mijn slobberige joggingbroek (denk ik …). Dan weet je dat het goed zit.

Het was alleen even zoeken naar een foto van ons beiden. En dit is dan zowat het beste dat ik vond. Misschien moeten daar eens wat meer tijd voor maken!

Waarom gaan wandelen met vriendinnen een goed idee is

      2 Reacties op Waarom gaan wandelen met vriendinnen een goed idee is

Als we gaan wandelen doen we dat doorgaans als koppel, vaker met dan zonder kinderen erbij. Soms in het gezelschap van een ander koppel, ook met kinderen. Dat is meestal erg gezellig. Behalve op dagen dat de kinderen er geen zin in hebben, dan wordt een lusvormige wandeling van 4 km zonder ontsnappingsroutes een ware uitputtingsslag (been there, done that). Het is dus ook wel eens leuk om de kinderen thuis te laten en in de plaats van je lief je vriendinnen mee te nemen.

Wij trokken gisteren naar Vorselaar om het natuurpad Lovenhoek te verkennen. Het pad is een wandeling van 5,5 km en loopt door een bebost gebied en een stukje langsheen de Molenbeek. Vorig jaar werd ze trouwens uitgeroepen tot Wandeling van het Jaar. Er werden houten knuppelpaden en stapstronken aangelegd omdat de Molenbeek wel eens uit haar oevers durft te treden en dat was gisteren niet anders. Laat ons zeggen dat ik blij was dat ik mijn rubberen laarzen had aangetrokken.

Gaan wandelen met vriendinnen is absoluut een goed idee, en wel hierom:

1. Je kan rustig bijpraten zonder dat je je gesprek 5.000 keer moet onderbreken voor afgezakte sokken, uitgevallen handschoenen, fruitpauzes of verhalen zonder clou die absoluut verteld moeten worden.

2. Het is eens wat anders dan ’s avonds bij iemand thuis af te spreken. Dat is óók gezellig, maar nu moest er niemand koken en zat niemand opgescheept met de opkuis achteraf. Het is ook goedkoper dan op restaurant te gaan.

3. Je creëert herinneringen waar je later nog op terug kunt kijken. In ons geval kunnen wij terugdenken aan het moment dat we onze beste Fellowship of the Ring-imitatie ten beste gaven op een volledig onderstroomd stuk (“You shall not pass!”).

4. Het is hét moment om eens een buggy-onvriendelijke wandeling te doen. Want meestal nemen wij toch nog een buggy mee voor de kleine beentjes en wordt er ook wel wat gekibbeld over wie er mag inzitten. Het natuurpad was niet buggyvriendelijk, dus anders zou het nog een jaar of twee duren voordat we er zouden geraken.

5. Achteraf mag je zonder schuldgevoel een pannenkoek of wafel gaan eten. Dat deden wij in het Ijssloeberke in Tielen. Geweldig adresje trouwens om toch ook eens mét kinderen aan te doen, want er is vers hoeve-ijs, gemaakt met melk van de koeien in de stal, er zijn wafels en pannenkoeken met appels, krieken, ijs, banaan, chocolade …  Kijk zeker eens op de website voor alle opties, want het zijn er te veel om op te noemen (en om uit te kiezen). Het bleek ook (terecht) een populair adresje te zijn bij de tweede jeugd van Tielen.

Misschien moeten we ineens al maar een doodle maken voor de volgende wandeling. Wanneer kunnen jullie?

#ouderzonden 2: gierigheid

      7 Reacties op #ouderzonden 2: gierigheid

Tweede opdracht in de #ouderzonden-challenge! Ik was de opdracht eigenlijk de hele week wat uit het oog verloren, hoewel het mijn intentie was om op voorhand al bij elke zonde iets te schrijven ‘achter de schermen’. Kwestie van wat voorbereidend werk te doen, want ik ben zo’n hoog blogtempo niet gewend. Meestal blog ik enkel als ik iets voel opborrelen en daar zit geen regelmaat in. Maar kijk, het is gelukt vandaag, dus voorlopig ben ik nog goed bezig. Vraag van de week is:


Wat zou je nooit delen met je kinderen?


Dit deel ik wél

In mijn vorige #ouderzonden-post verkondigde ik nog dat mijn kinderen alles van mij mogen hebben en eigenlijk geldt dat nog steeds. Ik had vroeger bijvoorbeeld nooit verwacht dat ik mijn snoepjes zou delen met mijn kinderen (stel je voor zeg!). Thuis heeft iedereen zo wat zijn eigen snoepgoed. Zoiets waar je een paar weken na elkaar aan verknocht bent tot je opeens zin hebt in iets anders. Hoewel ik mijn eigen snoepgoed beter zou beperken (of nog beter schrappen) kan ik het in de winkel vaak niet laten om nog snel een zak chips mee te grabbelen of een pak gomballen in de kar te zwieren. Momenteel zijn het voor mij Mars-repen, F. heeft ‘papakoeken’ (Choco-as), er zijn Kinder Surprisekes voor Emil en zookoekjes voor Marie. Als Emil iets krijgt, moet Marie ook iets hebben, dat spreekt voor zich. Na school zitten ze hier allebei met hun eigen kommetje ongezondheid in de zetel. Tja … Maar dus, ik probeer mijn voorraad chips niet boven te halen als ze in de buurt zijn, want dan weet ik dat ik moet delen. Maar soms gebeurt het wel, en dan vul ik toch met plezier die beide kommetjes.

Onze slaapkamer delen we ondertussen al vier jaar met onze beide kinderen. Dat is deels bewust en deels ook niet. Er is een kamer in de maak voor Emil en ik zou excuses kunnen opsommen waarom die kamer nog steeds niet af is (geen tijd, geen geld …) maar eigenlijk vind ik het gewoon fijn om met z’n allen op één kamer te liggen. Voila, zo is dat. Meer nog, tot ongeveer 2,5 jaar sliep Emil bijna elke nacht in ons bed (tot baby Marie zijn plaats innam). Toen Marie wat ouder werd, lukte dat samen slapen voor haar niet meer echt en hield ze ons wakker met haar gewoel. Marie heeft dus wél graag haar eigen bed, maar dat staat wel vlak achter dat van ons. Emil zijn bed staat naast het onze, want ik vind hem nu wat te groot met zijn lange kleuterarmen en -benen om nog bij ons in bed te slapen. Al een chance dat wij een grote kamer hebben. Het idee dat mijn kleine jongen helemaal alleen op de verdieping boven ons ligt, zonder dat ik zijn geknor kan horen, is gewoon niet aanlokkelijk. Die kamer komt ooit wel in orde en ik denk ook niet dat Emil er iets aan gaat overhouden om zo lang bij zijn ouders te liggen.

Dit deel ik (liever) niet

Als ik dan toch iets moet noemen dat ik liever niet wil delen, dan is het de televisie. Sofie van Sofinesse verwoordde dat al keigoed, dus ik verwijs gewoon even naar haar, want ik zou het niet beter kunnen zeggen. Met het enige verschil dat ik me wél graag in de zetel neervlei, liefst nog met een dekentje, een warm drankje, een kat en wat van mijn eigen snoepgoed erbij. Nadat de kinderen zijn gaan slapen, wil ik echt even een momentje voor mezelf voor de tv (met of zonder gezelschap van de wederhelft, liefst met). Avonden waarop er eentje meerdere keren terug naar beneden komt/wil omdat ze dorst hebben, niet kunnen of willen gaan slapen, kunnen mij enorm enerveren. Terwijl het ook best gezellig kan zijn om nog samen wat tv te kijken. Al weet ik ook dat we ons dat de volgende dag moeten bekopen met een vermoeid en humeurig kind, dus dat speelt ook wel mee. Maar toch, ik wil hen alles geven, als zij mij ook even tijd gunnen om ’s avonds terug op mijn plooi te komen. Wanneer moet ik anders Netflix kijken?!

Wil je meer lezen over #ouderzonden? Kijk dan zeker ook eens bij de andere deelnemers!

#ouderzonden 1 : ijdelheid

      13 Reacties op #ouderzonden 1 : ijdelheid

Wat maakt van mij een goede ouder?


Dat is de vraag die hoort bij de eerste opdracht van de #ouderzonden die Romina van Big City Life en Annelore van Compleet geluk samen bekokstoofd hebben.

Er ging wat denkwerk vooraf aan het beantwoorden van deze vraag. En ook wat prospectie bij mijn crew. Want ik kan best wat positieve punten opnoemen, maar de negatieve zijn er natuurlijk ook en mijn eerder bescheiden inborst staat altijd klaar met een goedbedoelde “ja maar …”.

Marie was nog niet veel van zeg toen ik het haar vroeg en antwoordde met “Mama” en wat gebrabbel. Wie weet wat ze echt wou zeggen … Toen ik aan F. vroeg wat volgens hem mijn beste eigenschap is als mama, zei hij dat ik heel zorgzaam ben. Emil vindt dat ik goed met de auto kan rijden, of zoals hij me vorige week nog zei “Mama, jij mag nog niet doodgaan, want je moet me nog naar school brengen.” Het is maar dat ik het weet.

Nadenken over je opvoeding en jezelf af en toe in twijfel trekken is al het halve werk, dat las ik eens ergens en dat heb ik ook onthouden. Dus ik denk wel eens na of ik wel goed bezig ben en al zijn er zeker werkpuntjes, al bij al vind ik mezelf een goede mama en wel hierom (om een paar dingen te noemen):

  • Ik wil mijn kinderen behandelen zoals ik zelf behandeld wil worden, met respect en begrip. Er moeten natuurlijk wat regels zijn, maar ik probeer die te beperken. Niet alleen omdat ‘choose your battles‘ mijn favoriete leuze is sinds ik mama ben en het vaak gewoon niet de moeite is om ruzie te gaan maken over luttele dingen. Maar ook omdat er nu eenmaal ruimte moet zijn voor mijn kinderen om zelf fouten te maken of om creatief te zijn. Als ik bv. vraag aan Emil of hij mee wil komen opruimen en hij zegt “ik ga eerst mijn banaan opeten”, dan laat ik hem eerst zijn banaan opeten (of laat ik hem iets anders afmaken waar hij mee bezig is), want ik word zelf ook niet graag opgejaagd. Als ik een fout heb gemaakt, zal ik me tegenover hem ook excuseren en ik merk dat hij dat tegenwoordig ook al spontaan begint te doen als hij iets fout doet. Pas op, dat wil niet zeggen dat ik ten allen tijde een begripvolle mama ben. Ik ben ook vaak moe en wel eens slechtgezind en dan gaat me dat minder goed af. Zei ik al dat ik als mama nog wat werkpuntjes had? Niemand is altijd de beste versie van zichzelf. Ik niet, F. niet en onze kinderen al zeker niet. Dat probeer ik in mijn achterhoofd te houden bij de zoveelste driftbui.
  • Wat mij, hoop ik, een leuke mama maakt, is dat ik Emil en Marie vaak verras met kleinigheidjes. Ik ben sowieso al een impulskoper, dus als ik iets zie liggen waarvan ik denk dat ze het leuk zullen vinden, heb ik het al in mijn handen voordat ik erover kan nadenken. Zo geef ik al eens een leuk boek, een nieuwe kleurboek of een speelgoedje. Gewoon zomaar. En soms zelfs chocolade, want daar kan ik goed mee scoren.
  • Ik wil hen leuke herinneringen geven om later op terug te kijken. Dus neem ik hen graag mee op uitstap. Niets geeft me zoveel voldoening als zien hoe mijn kinderen genieten van wat nieuwe impulsen. Uitstapjes verlopen ook niet altijd even vlotjes en vaak is er ook wat drama mee gemoeid, maar soms heb je ook van die perfecte dagen waarop iedereen er goesting in heeft. Dat zijn van die dagen waarop ik de zin van het/mijn leven duidelijk zie.
  • Algemeen genomen ben ik degene die de touwtjes in handen heeft als het op de organisatie van het huishouden aankomt en al loopt het soms mis (hoe kan het ook anders), ik ben daar toch behoorlijk goed in. Ik mag dat zeggen nu, want het is de opdracht. Een weekmenu maken, opvang regelen tijdens de vakanties, stakingsdagen of pedagogische studiedagen, zien dat de juiste knutselspullen voor school op de juiste dag in de rugzak van de zoon terecht komen, de spullen bij elkaar zoeken als ze ergens gaan logeren, ervoor zorgen dat iedereen op tijd voldoende propere kleren heeft. Het valt op mijn schouders en het valt daar als op een satijnen kussentje (too much?).

Mijn kinderen komen op de eerste plaats en ik verwacht ook van F. dat ze voor hem op de eerste plaats komen (wat, denk ik, wel zo is). Ik wil vooral dat ze opgroeien tot mooie mensen (mooi vanbinnen, maar dat had je wellicht wel door). Ik zou alles voor ze opgeven en met plezier. Ze mogen alles van me hebben, want ze zijn het waard. En al wordt het soms ook wel eens te veel en kan ik er intens van genieten als ze eens ergens gaan logeren, mijn leven zou echt niet compleet zijn en ook wel heel erg saai, zo zonder hen. Ergens denk ik dat die onvoorwaardelijke liefde van mij sowieso al de beste mama voor hen maakt.


Wil je meer lezen over #ouderzonden? Kijk dan zeker ook eens bij de andere deelnemers!

Copycat

      5 Reacties op Copycat

Het is zover, we zitten met een copycat in huis. Marie is intussen bijna 20 maanden oud en helemaal verslingerd aan haar broer. Alles wat hij doet, doet ze ook. Hij is aan het kleuren, zij moet ook een potloodje hebben. Hij rent door het huis, zij rent hem achterna. Hij gilt, zij volgt 5 seconden later met een minigilletje (oefen daar vooral NIET op zou ik zeggen …). Hij kruipt als een hondje over de grond, zij mee op handen en voeten. Hij kijkt tv, zij gaat gezellig naast hem zitten en trekt, bij gelegenheid, zelfs een dekentje over hen heen. En altijd maar kijken naar hem. ‘Wat doet hij nu? Waar gaat hij naartoe?’. Het zorgt soms ook wel voor gevaarlijke situaties, want Emil kan natuurlijk al meer dan zij en zijn favoriete kattenkwaad is lopen en springen in de zetel. Voer voor menig bijna-hartstilstand.

Haar broer laat hem de aandacht goed gevallen en praat tegen haar met een hoog stemmetje. “Marieke, kom eens hier!”, roept hij dan en zij staat meteen aan zijn zijde. Ik denk dat hij nu eindelijk het potentiële plezier van het hebben van een zus begint in te zien. Tot voor kort was die zus voornamelijk een obstakel in zijn vlucht door het huis, dat altijd afpakte wat van hem was. Hoewel het afpakken weliswaar langs beide kanten een constante blijft, begrijpt die zus nu veel meer en al heeft ze nog niet de woorden om alles te benoemen (buiten wat dierengeluiden en basiscommando’s komt er nog niet veel uit) vormt ze al wel een goede bondgenoot.

Ik zal niet beweren dat Emil als grote broer het ideale rolmodel is (hij weet zijn van nature rustige zus nogal op te jutten) , dus wij kijken ernaar en kunnen alleen maar denken “Als dat maar goed komt…”. Maar dan zie ik ze daar samen zitten, of hand in hand lopen en dan zwelt er vanbinnen iets op. Ik denk dat het mijn hart is.